De kunst om te blijven waar je bent

Hij begint een beetje af te dwalen met z’n aandacht. Dat zie ik, want zijn blik gaat in het rond, hij begint wat te wiegen met z’n lichaam en te friemelen met z’n handen. Ik hoor zijn stem, maar hij komt niet helemaal bij me binnen. Alsof de klanken langs me heen glijden. Ik vraag hem:

‘Wat voel je nu?’ 
Hij kijkt me aan met een blik waarvan ik me afvraag of hij zich schuldig voelt over de woorden die hij gaat spreken.
‘Ik voel eigenlijk niks. Ik weet het niet meer.’
Ik voel gelijk enthousiasme en ik vraag opgewekt:
’Ohnee? Je voelt niks? Hoe voelt dat dan, niks voelen?’

Hij geeft me een flauw glimlachje, wat ik best wel begrijp. Maar ik probeer niet flauw te zijn.
‘Nou, ik voel wat spanning in m’n borst. En in m’n hoofd, ik zit heel erg in m’n hoofd’, hij slaakt een zucht.
‘Ohja? Zit je heel erg in je hoofd? Hoe voelt dat dan, heel erg in je hoofd zitten?’

Hij kijkt me aan met een mengelmoes van onbegrip en bereidheid om toch maar op m’n vraag in te gaan.
‘Het voelt alsof mijn aandacht alle kanten opschiet. Ik voel me ongemakkelijk en dan wil ik eigenlijk liever stoppen met zingen.’
Hij lijkt verlangend naar de deur te kijken.
‘Ah ja, ik snap het. En hoe zou het zijn als je dat eens zou zingen?’
‘Als ik wat zou zingen?’
‘Dat ongemak, dat niet-weten wat je voelt, dat je in je hoofd zit.’
‘Uh.. nou.. ja, oké.’

Hij sluit zijn ogen, schraapt z’n keel, zijn wenkbrauwen schieten even omhoog. Hij opent z’n mond en laat wat geluid meekomen.
‘Kijk of je wat meer ruimte kan geven aan wat je voelt en gebruik daarbij ook vooral je hele lichaam.’
Hij rolt met z’n schouders en trekt een vies gezicht terwijl hij ‘Bleeeeh’ zingt. Ik glimlach terwijl ik eens overdreven een akkoord aansla op m’n gitaar. Hij lijkt het enerzijds prettig te vinden om even ongegeneerd zichzelf te uiten (ik zelf voel opluchting) en anderzijds ook een tikkeltje vreemd als hij er te lang bij stilstaat. Dat laatste is even niet bevordelijk, dus ik voer het ritme en de volume eens flink op terwijl hij steeds meer z’n ongemak laat horen.

‘En? Hoe voel je je nu?’. 
Hij geeft me een grote grijns.
‘Lekker!’ Hij begint te lachen.
‘Ik voel m’n hele lijf weer. Pfff!’

**** Dansen: in en uit contact 
****

De bovenstaande situatie kom ik vaak tegen in m’n werk als stembevrijder, maar nog veel vaker kom ik het tegen in mezelf: De neiging om weg te gaan bij wat er nu is en het gevoel van verlichting als ik daarmee ophoud. Het is toch bijzonder? Dat het meest eenvoudige wat er is, namelijk zijn waar je toch al bent, misschien wel het meest uitdagende is om te leven?

Wat ik zo bijzonder vind aan stembevrijding is dat als iemand zingt het erg voelbaar is of iemand in contact is met wat er nu is, of daar van weg wil. Niet dat ik zeg dat ik daar altijd maar ‘gelijk’ in heb, maar mijn ervaring is simpelweg het enige wat ik heb, dus daar doe ik het mee. Ik gebruik mijn ervaring als graadmeter om te voelen of het binnenkomt of niet. Als iemand helemaal opgaat in wat er nu is en daar geluid aangeeft, dan kan ik het moeiteloos volgen, het grijpt me, boeit me en ik voel mij dichtbij de ander. Terwijl als iemand afdwaalt, wegschiet met zijn/haar aandacht, dan vind ik het ook lastiger om erbij te blijven. Dat is niet alleen in zingen zo, dat is misschien wel altijd zo in contact, maar met zingen is het in ieder geval makkelijk voel- en hoorbaar.

Wat ik steeds meer begin te zien en te voelen, is dat er geen ‘goed’ of ‘fout’ is in deze ervaringen. We bewegen simpelweg de hele dag door tussen die twee polariteiten: in contact met wat er nu is, uit contact met wat er nu is. Het is een dans tussen die twee polen. Waarbij er één ding van belang is als je het mij vraagt:

Jezelf lekker laten dansen!

Wat mij het meeste uit mijn ‘dans’ haalt is dat ik een oordeel heb op ‘uit contact zijn’. Of ook wel: ‘in m’n hoofd zitten’, ‘me gestresst of gespannen voelen’. Het is het oordeel dat de dans verstoort, het stagneert de flow. Terwijl als ik dat oordeel inbreng in contact (met een ander) en eens flink te kennen geef hoe ontzettend veel oordeel ik voel (!) op mezelf, dan verbind ik mij weer met wat er nu is in mij. Het verzet staakt. Ik wil niet meer ergens anders zijn dan waar ik ben. En dan geef ik jou de gelegenheid om mij te zien in waar ik nu ben. Dat is spannend, kwetsbaar en vol risico. Want wat zal jij wel niet van mij denken? Maar het is ook verrukkelijk, want in het mezelf laten zien kan ik gezien worden. En als jij jezelf ook laat zien in waar jij bent dan kunnen we elkaar ontmoeten!

By |2018-09-05T11:41:31+01:00september 5th, 2018|Uncategorized|0 Comments